De Dorpswandelaar nr. 17dorpswandelaar

 

De Dorpswandelaar (column)

De Dorpswandelaar nr. 17

Pfffff .....pfffff .....pfffff .....pffffff .....pffffffff .......... enzovoort, er kwam maar geen einde aan ....

U weet toch nog wel hoe warm, nee, heet het soms werd? Of heeft de hitte de herinnering daaraan soms droog gekookt?

Laat me u helpen.

De warmtegolf kwam én bleef tot grote vreugde van eenieder die zich kon herinneren hoe koud het voorjaar was geweest. Maar toen gebeurde het, of liever begon het te gebeuren!

Kraanwater werd lauwig en men begon te vertellen dat we zuinig aan moesten doen met water. Nee, er was geen probleem met water, maar je auto wassen en de tuin sproeien kon je maar beter niet meer doen. Wel graag de bomen in je straat zo nu en dan wat vocht geven.

De dagen werden warmer en de nachten zwoeler. Alleen echte zon-liefhebbers genoten nog. We moesten gaan letten op ouderen in onze buurten. Dronken die wel genoeg? Want hun dorstprikkel werd minder en minder. Dus oma en opa, laat die fles jenever staan en probeer twee en een halve liter water te drinken. Elke dag JA. Dat heb je nodig. O, je moet er van plassen. Geeft niks. De dokter en de zuster zeggen dat het moet, anders ga je ....

Onder de veranda werd het ruim 40 graden en dat bleef het tot ver in de avonduren. De wind gaf nog wel wat mini-zuchtjes, maar daar bleef het ook bij. Niettemin, je nam je E-bike en fietste wat rondjes in de buurt om dat beetje wind te kunnen vangen. Wel de E-bike, want voor een gewone fiets was het te warm en kreeg je het nog warmer door het trappen.

Het asfalt begon hier en daar akelig te smelten en enkele idioten met auto's op winterbanden dachten dat die het in de gesmolten asfaltlaag wel goed zouden doen als je moest remmen. Maar ze kregen enkel dubbeldikke banden omdat het asfalt in de groeven van de banden bleef plakken. Levensgevaarlijk, riepen de mannen die verstand van verkeer hadden.

Zwoele nachten werden zweterig. Tijd voor een extra breed bed waarin je niet tegen elkaar maar juist ver uit elkaar wat slaap probeerde te pakken. Dekens weg, dekbedden, lakens, allemaal weg, zoem zoem zoem , uche, uche ,uche, het stikt hier - deze keer ----- niet van de muggen! Ook die stikken van de hitte, hebben geen broedplaatsen omdat er geen stilstaand water is ...

Hoera, wat fijn voor ons, maar ook wel weer zielig voor de vogeltjes die van de muggen en hun larven moeten leven... Het is ook nooit goed!

Alg-groei. Niet van die groene, maar gevaarlijke blauwe in sloten, meertjes, vennen en zwemwater.

Verdorde tuintjes en plantsoenen, water tekort, te weinig om naar de zee toe te stromen en zeewater dat daarom juist naar het land toe stroomt en daar zout achterlaat wat echt niet goed is voor de voedselproductie. We moesten van de dokter en de diëtiste toch minder zout gaan eten? En nu krijgen we misschien wel zilte aardappels en zilte sla op ons bordje met gepekelde carbonade en zoute verse worst. Hoe valt dat te rijmen?

Oppassen in de natuur met vuur. Alsof we nog zin zouden hebben in een vuurtje stoken met deze hitte! Toch brandt de heide hier en daar. En wie zou er nog zin hebben in een bbq- avondje met vrienden of buren? Een ijsjesfeest afgewisseld met een koud pilsje (of drie of vier of vijf), ja, dat lustten we wel, toch? En voor de rest genieten van dat kleine beetje koelte dat de late avonden nog kunnen ophoesten. Want over hoesten gesproken: Zeker, er heerste zomergriep, hooikoorts, stofallergie omdat bomen en struiken hun blad en (te kleine en verdroogde) vruchten al verliezen en de weinige wind dat stoffige spul rijkelijk en graag rond laat waaien.

Zomer in Nederland. Bedrijven en overheden hebben een hitte-programma ingesteld met vroeg beginnen en vroeg stoppen met werken. Airco's en blazers raken uitverkocht, zonnepanelen leveren ondanks of juist vanwege de overspannen zonneschijn beduidend minder energie dan we gewend zijn. Autorijden is geen pretje, je brandt je handen aan het hete stuur en je autostoel staat constant in de hoogste stand stoelverwarming. Zelfs de schaduw wordt heet. Zomer in Nederland ...

Blijft het zo, was de vraag die iedereen aan iedereen stelde? Want het duurde, duurde en duurde. We smachtten naar regen, van die natte, nee, liever naar vorst, van die strenge, naar sneeuw, van die witte, naar afkoeling, naar een wandelingetje door de weien, de dreven, de hoven met hun groene, frisse voortuintjes, terwijl je je gedachten rustig rond liet zwerven zonder te hoeven vrezen voor een kortsluitng in je hoofd door de hitte ...

de (lijdende) Dorpswandelaar (in gedwongen ruste)